nieuwste artikelen


nieuwste reacties

Gouda ondertekent 'manifest van de open gemeenten'

28-03-07 |


Ik heb al een paar keer eerder over Open Standaarden en Open Source geblogd, en dit ook in de raad aangekaart. Bij een zo'n gelegenheid heb ik gevraagd of Gouda het Manifest van de Open Overheidsorganisaties kon tekenen. Vandaag heeft wethouder Harro Janssen dit ondertekend. Een goede zaak, omdat Gouda zo laat zien zich in te zetten voor een gezonde ICT-markt waar uiteindelijk iedereen van profiteert, de overheid én de burgers. Dat is wel een groot compliment aan wethouder Janssen en het college waard. Hulde!

persbericht: gouda ondertekent 'manifest van de open gemeenten' (28-3-2007)


Wethouder Harro Janssen heeft namens het college van burgemeester en wethouders van Gouda het ‘Manifest van de open gemeenten’ ondertekend. Dit manifest, dat inmiddels al door 39 overheidsinstanties is ondertekend, verlangt meer openheid van software-leveranciers. Wethouder Janssen: “Ik vind het van groot belang dat er geen oncontroleerbare monopolieposities ontstaan binnen de ‘software-wereld’. Daarom zet ook Gouda haar handtekening onder dit manifest.”

Het manifest is een onderdeel van het programma OSOSS (Open Source Onderdeel Software Strategie) van het ICTU (stichting voor en door de overheid die zich bezig houdt met de elektronische overheid). Met de ondertekening van het manifest geven de overheidsinstanties aan dat zij sterk hechten aan de volgende vier elementen van openheid in hun ICT-strategie:
  • Leveranciersonafhankelijkheid: Software moet door meer partijen kunnen worden onderhouden.
  • Transparantie, controleerbaarheid en beheersbaarheid: De werking van software moet inzichtelijk zijn om te voldoen aan de wettelijke bepalingen van de Wet bescherming persoongegevens, om controle uit te kunnen voeren en voor controle op de informatiebeveiliging.
  • Interoperabiliteit: Gegevens van softwarepakketten van verschillende leveranciers moeten onderling uitgewisseld kunnen worden.
  • Digitale duurzaamheid: Softwarepakketten moeten onderhouden kunnen worden door anderen en er moet ruimte zijn voor latere vernieuwing. De gegevensopslag moet geschieden op een manier die ook in de toekomst kan worden gebruikt.
Bovenstaande elementen zijn belangrijke eigenschappen om als gebruiker van systemen voldoende vrijheid te houden en om als overheid verantwoording af te kunnen leggen over beleid en uitvoering. De ‘open’ overheidsinstanties vragen hun leveranciers met nadruk rekening te houden met deze eisen omdat zij altijd deel uitmaken van aanbestedingsprocedures, ook bij uitbesteding.

Stemmen met stemkastjes

02-03-07 |


De raad heeft een nieuw speeltje: elektronisch stemmen. Een ergernis bij vergaderingen was de lange tijd die stemmingen kosten: eerst biljetten uitdelen, die invullen, in de stembus gooien, en dan wachten tot er geteld is. Dat kon zo 10 minuten of zelfs meer kosten. Overigens alleen voor geheime stemmingen over personen (benoemingen van commissieleden, wethouders, etc). Stemmen met handopsteken over voorstellen en moties/amendementen wordt alleen vertraagd door een enkele procedurele discussie.

Nu kunnen de spreekkastjes die we hebben meer dan alleen als microfoon dienen. Er zitten ook 5 knopjes op om andere dingen mee te doen. Woensdag werd onthuld wat dat inhoudt: stemmen dus. Een maand na de discussie over de stemcomputers nota bene.

Gelukkig zijn wij niet de enigen die ons zorgen maken. Ook de VVD vroeg zich af hoe het zit met geheime stemmingen: het systeem weet per kastje wat het stemt, en bij een openbare stemming kan je dat ook op een scherm zien. Kunnen die gegevens worden opgeslagen en later worden uitgelezen? Het enige antwoord hierop was dat het systeem van Philips was. Deze vraag blijft dus nog open staan.

Wat betreft geheimhouding zijn er wel meer praktische bezwaren. Eén kwam al direct aan het licht: bij de stemming over de benoeming van een lid van de nieuwe rekenkamer drukte de voorzitter het verkeerde knopje in. Waarna de resultaten van de geheime stemming ineens volledig openbaar waren. Niet dat dat zo uitmaakt - het is eenvoudig om van je buren tot een aantal plekken verderop te zien wat ze stemmen. Er zijn geen zijklepjes, je kan zo het lampje zien branden van hun keuze. De SP en D66 hebben dus geen geheimen voor ons.

Hoe we verdergaan met deze manier van stemmen is dus de vraag. Verschillende raadsleden waren toch wat ongerust. En bij twijfel is hertellen niet mogelijk. Als het echt ergens om gaat, en de stemming is spannend, dan zie ik toch liever mijn stembiljet in een stembus verdwijnen dan in een elektronische black box.

Gouda, Opent U!

09-11-06 |


Vrijheid te doen en laten wat je wilt, zo lang je een ander daarmee niet stoort. Dat klinkt mooi. Helaas is die vrijheid nog niet overal doorgedrongen. Eén van die plekken is de wereld van computers. Een vreemde, ondoordringebare wereld vol onnavolgbare rituelen (CTRL-ALT-DEL bijvoorbeeld) voor veel mensen.

De meeste mensen gebruiken Microsoft Windows, tikken hun e-mails in Outlook (Express) en schrijven hun brieven met Microsoft Word. Sommigen gebruiken liever Apple MacOS. Nog maar iets meer dan tien jaar geleden was het beeld anders: MS-DOS met WordPerfect domineerde toen. Al deze produkten hebben 1 ding gemeen: ze zijn zo gesloten als een oester. Hoe de software precies werkt weten alleen de makers. Hoe de documenten die deze software opslaat in elkaar zitten, weten alleen de makers.

Is dat een probleem? Ja. Want je WordPerfect document ziet er niet uit in MS Word, en andersom kan je beter ook geen Microsoft doc proberen te openen in WordPerfect. Dus als je een nieuwe computer hebt, “moet” daar MS Word op, want daarmee openen je documenten het beste. Nou ja, behalve oudere versies dan. Kassa voor de maker. Je bent gedwongen een trouwe klant.

Stel je eens voor, een wereld waarin je met niemand zomaar kan praten, omdat iedereen een andere taal spreekt, en je voor het gebruik van die talen moet betalen. Klinkt raar, maar in de computerwereld is dat heel gewoon: veel software spreekt zijn eigen “taal”, volop gepatenteerd door de softwaremaker.
 Het kan ook anders. Documenten die door elke tekstverwerker te openen zijn, omdat de makers het formaat openbaar hebben gemaakt en gratis ter beschikking stellen. Kan dat dan? Jazeker. De OpenDocument Foundation doet dat bijvoorbeeld. Of je een “.odt” opent in OpenOffice.org of Abiword maakt niet uit, beiden kunnen het formaat gebruiken. En zonder het te weten gebruik je dagelijks van dit soort “Open Standaarden“: het internet hangt aan elkaar van openbare “talen” om e-mail uit te wisselen, websites op te zoeken en te serveren. Zonder die open standaarden was het internet nooit zo groot geweest, maar omdat iedereen dezelfde “talen” gratis kon gebruiken konden alle netwerken aan elkaar geknoopt worden. En daar hebben we nog elke dag voordeel van.

Sommige softwaremakers gaan nog verder dan open documenten en talen: die maken de hele code van hun software openbaar. En moedigen het zelfs aan dat anderen ermee aan de slag gaan. Dat is de kern van Open Source Software: kennis openbaar maken en verspreiden. Zo zijn de genoemde OpenOffice.org en Abiword “open source”. Maar zelfs een heel besturingssysteem, Linux, is openbaar. Dat kan je gebruiken in plaats van Windows of MacOS. Omdat de code toch openbaar is geven de meeste softwaremakers deze software ook gratis weg. Zo maak je de kennis het makkelijkste beschikbaar. Het geld verdienen ze door ondersteuning te bieden aan bedrijven die de software gebruiken. Op die manier geven onder andere IBM, RedHat en Novell veel software gratis weg, maar verdienen ze toch veel geld.

Die vrijheid betekent nogal wat. Want als je de broncode hebt kan je makkelijk overstappen naar een ander bedrijf. Die bedrijven moeten dus flink concurreren in een enorme vrije, liberale markt. Ze moeten laten zien dat ze hun software goed bijhouden en ondersteuning bieden voor een goede prijs. Vanuit overheden en bedrijven die die software afnemen is het ideaal: je kan de beste leverancier kiezen voor de beste prijs. Als al die programma’s dezelfde (open) taal spreken is overstappen makkelijk. En dan blijft er misschien heel wat geld over van de bijna 2 miljoen euro die we nu aan softwarelicenties uitgeven.
 Voor digitale archieven zijn open standaarden zelfs onmisbaar. Teksten die nu worden opgeslagen moeten ook over 100, 200 jaar en verder nog te openen zijn. Als het bedrijf achter WordPerfect dan is verdwenen, of geen ondersteuning meer biedt, is het archief verloren. Alsof je een niet-ontcijferd prehistorisch schrift voor je hebt.

Om die redenen wil GroenLinks dat Gouda zich opent. Te beginnen met Open Standaarden, zodat de software uitgezocht kan worden op kwaliteit en prijs in plaats van “wat onze oude documenten kan openen”. Die geldverspilling moet stoppen. Daarnaast is het belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in kennis hier in eigen land, van onze eigen ondernemers, in plaats van over de grens in Seatle, USA.
 In 2002 nam de Tweede Kamer de Motie Vendrik aan. Daarin werd de overheid aangespoord om in 2006 over te zijn op open standaarden, en werk te maken van open source. Behalve de website ososs.nl is er nauwelijks wat bereikt. Gelukkig begint bij veel gemeentes (Den Haag, Groningen) het besef door te dringen dat een principiëel punt als vrijheid en kennisverspreiding ook fijn voor de portemonnee kan zijn. Laten we hopen dat Gouda dezelfde route kiest en samenwerking zoekt op dit vlak, met ambitieuze doelstellingen.

Gouda, Opent U!